Eindverslag Nederlandse Baruntse Expeditie en trekking 2004

Na onze expeditie in 2002 naar de Tilicho Peak ontstond in de loop van 2003 het plan een nieuwe 7-duizender te zoeken, waarbij onze keuze uiteindelijk viel op de Baruntse, een berg van 7229 meter hoog in het oostelijk deel van Nepal. Na de eerste gesprekken met de oud-Tilichogangers werden de plannen ook naar buiten kenbaar gemaakt en dienden zich nieuwe gegadigden aan, uiteindelijk ontstond een groep van tien personen voor de expeditie en nog 5 leden die alleen de trekking wilden doen en daarbij mogelijk de Little Baruntse of Mera Peak wilden beklimmen, zie voor hun namen en hoofden de website.

De voorbereiding van een expeditie naar een 7-duizender neemt veelal een behoorlijke tijdsperiode in beslag, waarin zaken als planning, het op elkaar afstemmen van wensen van deelnemers, de gesprekken met nieuwe deelnemers, het inkopen van materialen, de gesprekken met sponsors, het gezamenlijk trainen, leiden tot het moment dat je uiteindelijk als team in het land van bestemming neerstrijkt. Door de reeds bestaande contacten in Nepal met Iceland Trekking kon een groot deel van de organisatie ter plekke worden uitbesteed en uiteindelijk stonden we 17 september op Schiphol waar we werden uitgezwaaid door familie en vrienden.

17 –19 september 2004
Na een korte vlucht naar Londen blijkt de aansluiting naar Abu Dhabi gecanceld. 's Nachts om 2 uur worden we in diverse hotels gedropt en duiken we diep in het dons van het Sheraton en zijn 's morgens vroeg weer terug op Heathrow. Onder het azuurblauwe mozaïek van de aankomsthal in Abu Dhabi liggen we vele uren te luieren om 's morgens te mogen doorvliegen naar Kathmandu. Bij aankomst gaan onze plunjebalen direct over in een ander vliegtuigje en wij duiken onder in Kathmandu. De laatste formele zaken, de permit, de betalingen, het controleren van cruciale zaken als zuurstof, walkie talkies, gamow bag etc., worden geregeld.

20 september 2004: Vlucht Kathmandu (1.350 m) - Tumlingtar (380m)
Anderhalve dag na aankomst in Kathmandu hobbelen we, zittend in een minivliegtuigje, de schoonheid van Nepal binnen via een grasveldje in Tumlingtar, een minivliegveldje in het oosten van Nepal en startpunt van onze aanlooproute. Ons sherpateam en de dragers zijn ons reeds vooruit gereisd om de nodige voorbereidingen te treffen. We ontmoeten hen op het vliegveld en terwijl de dragers de bus nemen lopen wij via een eenvoudige route, langs kleine dorpjes naar onze eerste kampeerplaats.. In één van de dorpjes koopt iedereen plastic of paraplu’s, want de eerste regen breekt los. De moesson is laat dit jaar. Op de pas voor het kamp wappert een rode Mao-vlag, maar we kunnen ongehinderd verder…

21 september 2004: Arunthan (ca 1.340m.) - ChiChira (1.915 m.)
We volgen een heuvelrug via een breed pad, afgewisseld met kleurrijke rood-witte huizen. Na ca 3 uur lopen bereiken wij de districtshoofdplaats Khandabari (600 m.), veel winkels en de laatste checkpost waar de permits voor het Makalu natuurpark worden gecontroleerd en blijkt dat voor de 5 leden van de trekkinggroep geen permits aanwezig zijn. Na een kort intermezzo waarin deze alsnog geregeld worden, vervolgen we de Bhanyjang en lopen dwars door fraaie akkerbouwgebieden met gierst- en rijstvelden. De sfeer in de groep is goed, Claudia en Steven die wij pas in Kathmandu voor het eerst ontmoet hebben, moeten nog wennen aan alle nieuwe gezichten, de groepsgrootte en het verzorgde karakter van de expeditie!

Openbrekende luchten laten nog even mooie toppen zien boven de heldergroene akkers. Langzamerhand wordt de vegetatie wat ruiger en lopen wij dwars door een subtropisch bos met een oneindige variëteit aan mossen, varens en planten en waar ook de bloedzuigers goed gedijen!. Veel stijgen en dalen en vals plat tot het Gurung-dorp Chichira. Onze groep van ruim 80 dragers, een sherpateam en de keukenploeg vormen een eindeloos lint door het landschap. De soms alles doordringende krekelgeluiden overstemmen het monotone ritme van de regen op onze capuchons of paraplu’s, wolken breken uiteindelijk open en schenken een prachtige sterrenhemel. Totaal ca 5 uur lopen. 

22 september 2004: Chichira naar Num (1.560 m.)
Door prachtige bossen trekken we via Kuwapani in ca 4 uur door een afwisselend landschap met subtropische wouden, manimuren en riviertjes naar Munche. De bloedzuigers zijn verzot op onze blanco dijen en laten rode sporen na! Na ca 1½ uur dalen bereiken we een prachtige grote kampplaats bij Num. Door de mist en regen zien we niets van de Makalu, die voor ons moet liggen, maar diep onder ruist ons de Arun. Na aankomst begint het licht te regenen, wat later zal uitgroeien tot een ware wolkbreuk. Een vrouw vraagt via Bram en Claudia om hulp voor haar zieke kind. De verpleegkundige die het dorp een uur later bezoekt vertelt dat de medicijnen die hij eerder had gegeven, niet aanslaan. Na overleg besluiten we 1000 rupies te geven, dat is voldoende voor twee consulten in een dorp verderop en medicijnen. De wijze waarop en de mate waarin we van hulp kunnen zijn in dit soort situaties leidt tot avondvullende discussies in de groep. 's Nachts regent het aanhoudend en meer dan de helft van de Nepalese ‘North Face-tenten’ blijkt niet waterdicht!

23 september 2004: Nun – Sedowa
Vanaf Nun dalen we 1500 meter af over een prachtig uitgesleten, nat, steil en glibberig pad naar de Arun-rivier. Grijze mistflarden en lichte regen wisselen zich af, aanvallen van bloedzuigers zijn hier onophoudelijk, maar het groen van de sawa’s is helderder dan ooit. Na de oversteek van de Arun, volgt een klim omhoog naar Navagaon en lopen we door naar Sedowa, waar we later in de middag bezoek krijgen van een collecteur voor de Maoïsten. Onze betalingen aan de officiële regeringskas voor visa's, trekking en expeditie-permits laat hen onberoerd, zij vragen ons nog een vriendelijke bijdrage voor de communistische partijkas. Gezeten op de bedrand van een koortsige Tomas gaan nog wel een gesprek aan, maar er is geen dialoog en dus ook geen onderhandelen. We stellen de betaling nog een dag uit onder het mom dat we eerst willen overleggen met de hele groep en de collecteur verdwijnt weer in het donker. Die avond weer discussiestof voldoende, maar betalen lijkt voor de meerderheid van de groep de meest rustgevende optie!

24 september 2004: Sedowa - Tashi Gaon (2.180 m.)
De nacht bracht onophoudelijk regen en knetterende bliksem, maar we lagen heerlijk beschermd in een lodge. We vertrekken rustig daar wij slechts een korte dagtocht voor de boeg hebben. De regenwolken hangen nog in het dal en we dwalen door het bosgebied dat bruist van water en leven. De eindeloze aanvallen van de mini dracula’s beginnen hun dreiging te verliezen, alleen bij de rustplaatsen worden buik en rug gecontroleerd. Stromend, ruisend water, grijze wolken en mistflarden blijven overheersend, slechts een enkele glimp op de Chamlang en andere onbekende toppen is ons gegund. We hopen, nadat we dit laatste dorp hebben verlaten, dat de klim morgen naar 3600 meter beter weer en minder bloedzuigers zal brengen!

25 september 2004: Tashi Gaon - Kauma (3.610 m.)
 Na een heerlijk nacht in ons laatste bed, slechts verstoord door een oerschreeuw van Claudia die een volgezogen bloedzuiger op haar bovenbeen vindt, vertrekken we in een grijze, klamme wereld. De nevel gaat over in werkelijke stortbuien en als in een roes lopen we door een omgeving waarvan we vermoeden dat zij omringt moet zijn door prachtige vergezichten en hoge zes-, zeven-, en achtduizenders, maar wij zien niet verder dan de druipende capuchons van onze regenkleding. We lunchen onder een grote overhangende rots waar uiteindelijk iedereen staat te verkleumen en snel trekken we verder. Bewegen is nog de enige manier om warm te blijven, echt droog is niemand meer. Langs bossen, rotsen en riviertjes komen wij in de bamboebossen, en hogerop in de Rododendronwouden totdat het landschap iets opener wordt. Het dons is nog droog en heerlijk die nacht, de vrolijke liederen van de dragers maken het geluk compleet. Totaal ca 5-6 uren lopen. 

26 september 2004: Kauma - Mumbuk (3.580 m.)
Een zware dag. In de vroege ochtend nog even een waterig zonnetje, maar bij de oversteek van de Shipton- of Barun La(pas) breken de regenbuien opnieuw los. Het prachtige keteldal, met een aantal fraaie meertjes moet een genot zijn bij mooi weer, maar wij trekken snel door om via de passen de oversteek te maken om in het stroomgebied van de Barun te komen. Eigenlijk zijn het 3 passen met tussenliggende meren: De Keke La, Shipton La (4.127 m.) en de Tutu La (4.075 m.). Vanaf de passen kun je bij mooi weer de Kanchenjunga, Makalu en Chamlang (7.320 m.) zien en diverse zesduizenders zoals de Peak 6 en de Peak 7. Balancerend op gladde stenen, over een pad dat inmiddels in een miniriviertje is veranderd, wordt ook de hoogte voelbaar. De kampeerplaats in het bos is een ware modderbak, bezaaid met koeienvlaaien en zompig van de onophoudelijke regen. Ondanks de weersomstandigheden blijft het humeur en de toewijding van ons sherpa- en dragersteam bewonderenswaardig. Het dagelijkse sjouwen wat zij doen is al ontzagwekkend, maar temidden van een zompige modderbak ook nog dampende thee en een heerlijke maaltijd serveren, is een ongekende luxe! De regen ruist de hele nacht door de Hemlockdennen, de waterflessen als kruik in het warme dons doen ons genieten. ’s Morgens zien wij hoe sommige dragers buiten onder de rotsen onder hun klamme dekens uitkruipen! Het koloniale tijdperk is zeker nog niet weggevaagd en onderlinge kastensystemen worden pijnlijk zichtbaar!

27 september 2004: Mumbuk - Ta Dosa (4.200 m.)
Het pad voert ons steil naar beneden via het pad dat is veranderd in een stroompje. Over rotsblokken en landslides bereiken wij eindelijk de Barun Khola die we oversteken om in een yakhut bij Nehe Kharka te lunchen en hopelijk droog en warm te worden. In een nagenoeg donkere hut zitten wij opeengestapeld bijeen en warmen ons aan mokken thee en bekijken het schouwspel van wat een winkel schijnt te zijn en waar onze sherpa’s genieten van muziek en de aldaar aanwezige sherpani. De route omhoog naar Ta Dosa doet prachtig aan, zelfs met de mistige uitzichten die de ons omringende schoonheid nagenoeg doet verhullen. We passeren de heilige weidegronden alwaar Shiva genoot van het paardrijden en stijgen door naar ons kamp op 4200 meter. De laatste meters zijn zwaar, maar het gemoed klaart op als de gele koepeltenten opduiken uit de mist!

28 september 2004: Ta Dosa – Makalu Base Camp (4.800 m.)
Bram wekt ons met zijn yel ‘Ït’s a beatiful day’, maar de luchten blijven grijs en mistig. Wel stijgen we nu langzaam uit boven de boomgrens en immense moreneruggen vullen de horizon. Dan voor het eerst trekken de mistflarden op en laat de Chamlang haar gracieuze schoonheid zien en genieten wij van de koesterende zonnestralen. Alles droogt snel in wind en zon en de groep geniet zichtbaar. De regen en het ontbreken van het genieten van omgeving begon langzaam te drukken op het gemoed. Als wij in het fraaie Makalu basiskamp aankomen, keren later op de dag 42 dragers terug naar hun dorpen. Volgens planning moet een groep hoogtedragers vanaf de Hinkuzijde onze kant opkomen en een deel van het werk van deze dragers overnemen.


29 september 2004: Makalu Basecamp (4.800 m.)
De hoogte bonkt bij sommige van ons in het hoofd, anderen eten al dagen met lange tanden of haasten zich naar de toilettent, dus het is goed rusten in dit kamp waar we op dit moment geen andere expeditiegroepen zijn, we zijn sowieso de eerste groep dit seizoen. De zon verleidt ons tot een grote wasbeurt en het lichaam krijgt extra tijd te wennen aan het leven op Mont Blanc-hoogte! De imposante omgeving nodigt uit tot het zoeken naar uitzichtpunten en het schieten van foto’s. Zonder rugzak en zonder doel is het heerlijk dwalen tussen de moreneruggen en het turen naar onbekende, hoge toppen. De Makalu rijst nog 3800 meter boven onze koepeltenten uit en soms tussen de flarden mist door,ontwaren wij haar imposante contouren. De satellietverbinding is al dagen verbroken, dus ook de berichtgeving naar Nederland stokt. Nu de zon er is, kan Willem voor het eerst zijn energiepanelen gebruiken en zich op het euvel van de telefoonverbinding storten. Temidden van deze stenen wildernis staat een lodge waar een deel van de groep verslingerd raakt aan rum en een lieftallige sherpani!


30 september 2004: Makalu Basecamp – Eastcol Basecamp (5500 m)
Een schone dag zou Steven, onze Belgische deelnemer, zeggen. Na de rustdag van gisteren, trekken de mistflarden op en wordt de Makalu in volle schoonheid zichtbaar. Lopend over de Barungletscher verschijnt ook de Everest en Lhotse aan de horizon. De natuur is hier ongekend woest en groots. Onderweg komen de jonge en oude Dawa en enkele hoogtedragers ons vanaf het Baruntse basiskamp tegemoet, en het doet goed hen weer te zien. We komen vroeg aan en sommigen van ons gebruiken de middag om nog wat extra hoogte op te doen, andere kruipen krakend in hun tenten. Nu het basiskamp van de Baruntse dichterbij komt, worden ook de gesprekken en discussies over de voortgang intenser. De groep heeft verschillende doelen, in tijd en bestemming. De beklimming van de Baruntse, de beklimming van Little Baruntse of Mera Peak en de afdaling van de Baruntse door Jeoen op skies. Tempo, doelen en prioriteiten worden afgestemd op de condities van personen en de berg, maar de hoogte en de karaktereigenschappen van de groepsleden zorgen voor eindeloos gespreksstof!

1 oktober 2004: Makalu Base Camp - Sherpani Bace Camp: (5700 m)
Direct na het vertrek een lastige stijging door onregelmatige rotsblokken en weigerachtige lichamen, die deels stagneren door het minder wordende zuurstofgehalte in de lucht. De prachtige uitzichten gisteravond toen Makalu, Everest en Llotse geheel schoon vielen, worden nu onttrokken door nevels en die later overgaan sneeuw en hagel. Het genieten van de bescherming van je tent en het dons wordt intenser, het leven steeds eenvoudiger. Het is het zoeken naar een gestaag ritme waarbij een balans ontstaat tussen inspanning en beschikbare zuurstof in je lichaam. De hemel trekt later op de dag weer open. Schoonheid, oerkracht, onbereikbare sneeuwtoppen en prachtige vormen in sneeuw, rots en ijs doen het zwoegen van de dag snel vergeten. De gesprekken spitsen zich meer en meer toe op wie waar en wanneer en hoelang wil acclimatiseren en hoe de bezetting in de kampen te verdelen. Omdat niet iedereen zich optimaal voelt, besluiten we nog een extra rustdag te nemen. Als we na het avondeten naar buiten lopen worden we omarmd door een overweldigende sterrenhemel van horizon tot horizon.

2 oktober Sherpani Base Camp (5700 m)
Een deel van de groep beklimt op deze rustdag de gletsjertong die het dal afsluit om samen met Jeroen op zoek te gaan naar een leuke helling waar hij zijn skikunsten kan vertonen. De gletsjerkom is verpletterend warm en binnen de daar heersende stilte is er volop ruimte voor murmelend gletsjerwater en het ruizen van een overvliegende raaf. Terwijl wij lui op rotsen hangen klautert Jeroen omhoog en zoeft even later sierlijk omlaag. Willem brengt eindelijk de satelliettelefoon weer tot leven en het thuisfront krijgt na dagen weer bericht.



3 oktober 2004: Sherpani Base Camp – Baruntse West Col (6100 m)
We vertrekken zeer vroeg voor de overschrijding en beklimming van East Col. De tocht over de arctische gletsjers tussen East Col en West Col is uniek en duurt uren. De groep loopt weid verspreid, ieder in zijn eigen tempo, eenieder vecht hier met hoogte en beschikbare zuurstof. Boven op de East Col wordt een abseilstelle gebouwd om dragers, materiaal en ons te laten afdalen. Het uitzicht vanaf deze col is oogverblindend, rondom prachtige bergen, niet alleen de groten namen, maar eindeloze vergezichten op ongekende toppen en wonderlijke formaties. Uiteindelijk dalen we af richting West Col, waar inmiddels een kooktent is opgebouwd. In een opkomende sneeuwbui bouwen we voor het eerst zelf kamp 1 op. Bram gebruikt zijn extra energie om ons van water en eten te voorzien. Vanwege vermoeidheid en het omslaande weer slapen we onverwachts met dertien personen op ruim 6100 meter, alleen Jean en Jaco zijn met de dragers en een paar sherpa’s afgedaald naar het basiskamp op 5500 meter. Vroeg in de avond sluit zich het dons om onze lijven. ’s Morgens worden wij gewekt door onheilspellende gespreksflarden



4 oktober 2004: West Col – Basiskamp (5545 m)
In de vroege morgen wordt ons verteld dat er afgelopen nacht in het basiskamp een drager is overleden aan acuut longoedeem. De verhalen zijn onduidelijk, de reacties van de sherpa’s moeilijk in te schatten. We besluiten om niet verder omhoog te gaan, maar af te dalen naar het basiskamp, waar bij aankomst de stemming bedrukt is. Het lichaam van Pasang Sherpa ligt vlak buiten het basiskamp op een open vlakte in de zon. Jean doet uitgebreid verslag van het ziekteverloop de afgelopen nacht en het heengaan van Pasang om 5 uur in de morgen. (zie dit verslag op de website onder de knop ander nieuws) Medicijnen en zuurstof mochten niet meer baten. We proberen met behulp van de verhalen van sirdar en sherpa’s het verloop van de ziekte van de dagen ervoor te reconstrueren. Er wordt telefonisch contact gezocht met Tendy Sherpa van Iceland Trekking en er wordt besloten om het lichaam morgen naar Lukla te dragen (3 dagen) en dan per vliegtuig naar Kathmandu. Tendy zal de familie inlichten. Wij praten lang met elkaar over het gebeurde en plannen ook voor morgen een rustdag; iedereen laat deze gebeurtenis op zich in werken, Steven en Claudia geven aan niet verder te willen, andere groepsleden beraden zich...

5 oktober 2004: Baruntse basiskamp
Enkelen van ons zijn vroeg uit de veren om afscheid te nemen van het lichaam van Pasang Sherpa. De stoet dragers nemen het op een ladder gebonden lichaam op de schouders en verdwijnen richting Mera La, maar na een paar honderd meter zetten zij het lichaam neer en komen terug. Lekkend lichaamsvocht en zieleresten maken de dragers angstig en onwillig het lichaam verder te dragen. We overleggen opnieuw met Tendy en besluiten morgen een helikopter te laten komen, Jean gaat mee voor de begeleiding en het afhandelen van de formele zaken. Jaco heeft besloten niet verder te willen klimmen en wil de volgende dag vertrekken. Meinhard twijfelt, de rest van de groep heeft besloten om door te klimmen, Peter, Steven en Claudia gaan vandaag samen met Lokendra terug naar kamp 1, morgen volgen Jeroen en Tomas. De rest van de groep volgt een dag later. De leden van de trekkinggroep Bram, Ron, Steven en Claudia vertrekken binnenkort richting Mera Peak.

6 oktober 2004: Baruntse basiskamp
We zijn vroeg wakker omdat er een hoop ‘tumult’ is. Blijkbaar wordt de helikopter verwacht. Ik kleed me warm aan, want zonder zon is het nog steeds koud in het basiskamp. Meinhard en Jaco en nu ook Meinhard maken duidelijk dat zij niet door willen gaan met de expeditie. Zij kunnen de dood van Pasang niet verenigen met het genieten dat bij een dergelijke trip hoort. Verder heeft elk expeditielid het recht om zelf te beslissen wat hij doet: stoppen of doorgaan. De anderen gaan vooralsnog door. De expeditie heeft echter wel een zwarte rand gekregen door de dood van Pasang. Dat zal met deze tocht verbonden blijven.

Jeroen en Thomas zijn om 10.00 uur vertrokken naar kamp 1. De rest blijft achter en wacht op de helikopter die uiteindelijk niet komt. Naar later zal blijken kon hij niet vanuit Lukla opstijgen vanwege het slechte weer. ’s Middags komen ook Claudia en Steven weer terug uit C1. Zij hadden langdurig gesproken met Dawa, een van de sherpa’s. Daaruit bleek dat Pasang al langer ziek was, maar dat ondanks het regelmatig navragen nooit gemeld had. Achteraf blijft dat moeilijk te achterhalen Wellicht vanuit financiële overwegingen (teruggaan zou betekenen dat hij geen loon meer zou krijgen). Het maakt achteraf gezien weinig meer uit, maar wellicht was hij nog in leven geweest als hij eerder was omgedraaid. Claudia en Steven hadden in eerste instantie mee terug willen gaan met Jaco en Meinhard, maar besluiten alsnog een poging te wagen om de Little Baruntste te beklimmen.

7 oktober 2004: Kamp 1 - Kamp 2 (6400 m)
Claudia en Steven houden een rustdag in het basiskamp. Morgen zullen zij naar kamp1 teruggaan en vandaar naar kamp 2 om van daaruit een poging te doen op de Little Baruntse.Wij, de rest van de expeditie minus Jaco en Meinhard, vertrekken vandaag naar kamp1. De tocht van kamp1 naar basiskamp nog in gedachten hebbend, belooft het een fikse klim te worden, met aan het eind een bijna verticale klim langs een vast touw omhoog. We wachten eerst nog even af of de helikopter vandaag komt om het dode lichaam van Pasang op te halen. Hij zou op weg zijn van Lukla, maar na lang wachten, bellen, weer wachten, weer bellen besluiten we om 11.00 uur te vertrekken. Jean blijft met Claudia en Steven achter in de hoop dat de heli nog komt. We lopen rustig naar kamp1. Het weer wordt slechter. Rond 15.30 uur bereiken we via de vaste touwen kamp 1. Daar is een eettent ingericht waar continu water wordt gekookt. We drinken thee, soep en eten ons hoogtevoedsel. Door de vele branders is het aangenaam warm in de tent. Rond een uur of acht zoeken we onze slaapzakken op. Morgen gaan Jeroen en Tomas (zij zitten nu in kamp 2) een toppoging wagen en maken wij een relatief eenvoudige tocht naar kamp 2.


8 oktober 2004: Kamp 1 – Kamp 2

De walkietalkie staat vanaf 06.00 uur stand-by voor Jeroen en Tomas. Rond 07.00 uur zijn ze al bij de Second Summit, een voortop van de Baruntse. Het blijft een zware tocht, waarbij regelmatig zekeringen en/of vaste touwen moeten worden aangelegd. Uiteindelijk blijkt dat er te weinig touw en te weinig sneeuwankers beschikbaar zijn om de hele route af te zekeren. Rond 10.00 uur besluiten ze de toppoging af te blazen en keren om. Er moest nog te veel gezekerd worden om een veilige route aan te brengen, er was te weinig materiaal beschikbaar, en ze moeten natuurlijk zelf ook nog terug. Het is een verstandig besluit. De rest van de expeditie (Ralph, Willem, Reinhard, Ronnie en Luc) zitten nog in kamp1. Pas na de lunch gaan we op pad naar kamp 2. De tijd benutten we om hoogtevoedsel uit te zoeken en de spullen in te pakken. Het is ondertussen tamelijk warm geworden in kamp 1. Iedereen lijkt wat apathisch, en is dan ook blij dat het na de lunch tijd voor actie is. Binnen twee uur lopen we de route naar kamp 2, geen lastige route, maar wel steil. In kamp 2 ligt Jeroen zo’n beetje in coma in een tent. Hij heeft het zwaar gehad. Tomas en hij zullen vandaag nog terugkeren naar kamp1 en rust nemen. Wij gaan water smelten en drinken, eten zo veel mogelijk en vullen de thermosflessenvoor de komende nacht. Rond middernacht zullen we opstaan voor onze toppoging.

9 oktober 2004: Kamp 2 - toppoging
We staan rond middernacht op. Al snel blijkt dat een van de sherpa’s die mee zou gaan, zich niet goed voelt. Althans, hij heeft een erg droog, naar kuchje. Hij zelf zegt dat hij zich goed voelt maar met name Luc dringt er op aan dat hij teruggaat (samen met Luc, daar ook hij zich niet goed voelt). Santa, de sirdar, is het daar mee eens, neemt hem het touw uit handen, en stuurt hem naar beneden. We vertrekken in twee groepen: Ronnie, Willem en ik(Ralph), en Reinhard en Peter, beide begeleid door sherpa’s. Het is aardedonker; de hoofdlampjes werpen echter letterlijk een licht op de zaak. Al snel klampt Peter aan bij de eerste groep, en zo blijkt later, is Reinhard omgedraaid. De route is goed gezekerd, sommige stukken zijn erg steil. Het klimmen gaat iedereen vooralsnog goed af. Het is een koude nacht, met gelukkig weinig wind. Door de tenen te wiebelen blijven mijn voeten voldoende warm. Als het licht wordt bereiken we de Second Summit, en tegelijkertijd het einde van het vaste touw. De graat waarop we staan is messcherp, en het zicht op wat er nog moet worden afgelegd is prachtig, maar doet mij ook besluiten om om te keren. Ronnie en Willem gaan nog een half uurtje door maar keren dan ook. Ik ga samen met Peter naar beneden, maar blijf nog geruime tijd genieten van het prachtige uitzicht op bijna 7000 meter hoogte. Alleen de Baruntse (en Makalu) in de directe omgeving zijn nu nog hoger! Later haal ik Peter weer in bij het abseilen en zie dat hij bijna ligt te slapen in de sneeuw. Ik raad hem aan om door te gaan naar het kamp te gaan, maar hij zegt dat hij wakker is en later zal afdalen. In kamp 2 ontmoet ik Reinhard weer, en later volgen ook Willem en Ronnie. We dalen met z’n allen verder af naar kamp1, waar Tomas en Luc ook nog zitten. Jeroen is reeds afgedaald naar het basiskamp om daar op krachten te komen. In kamp1 blijkt dat Peter ernstige bevriezingsverschijnselen heeft opgelopen aan handen en voeten. Claudia en Steven verzorgen hem door zijn handen en voeten in (lauw)warm water te dompelen. We voorzien problemen om hem naar beneden te krijgen. In ieder geval is zijn expeditie voorbij.

10 oktober 2004: Kathmandu / Baruntse basiskamp – kamp 1
We hebben besloten om een rustdag in te lassen in kamp1 en daarna weer een toppoging te wagen. Reinhard gaat samen met Peter naar het basiskamp. Peter moet zo weinig mogelijk lopen, maar zijn trots weerhoud hem gebruik te maken van een geïmproviseerde draagstoel. Na de abseil loopt hij dus zelf naar kamp1. Het lijkt niet heel slim te zijn, het is bekend dat ná bevriezingen de ledematen ontzien moeten worden. Ondertussen spreken wij via de satteliettelefoon met Meinhard. Hij is inmiddels met Jaco in Kathmandu aangekomen, en zal met Tendy alles in het werk te stellen om Peter en het lichaam van Pasang te repatriëren. Enigszins tot onze ontsteltenis ligt dat nog steeds in BC. Nu Peter bevriezingsverschijnselen heeft probeert Meinhard een combinatievlucht te regelen om zowel Pasang als Peter weg te halen uit het basiskamp. Hij vraagt de GPS-coördinaten van het basiskamp en informeert naar het weer. Ik probeer hem zoveel mogelijk info te geven. Nadat Peter en Reinhard zijn vertrokken blijft de rest luieren in kamp 1, en ziet een Japanse eenmansgroep met 7 (!) dragers langskomen. Hij doet de 3-col route: Sherpani-col, West-col (waarop kamp1 ligt) en Amphu Laptse. Vroeg in de avond eten we en duiken we de tent in.

11 oktober 2004: Basiskamp (5445 m)
Vanmorgen is het gelukt om met een militaire helikopter Peter uit het basiskamp op te halen. Tevens hebben we van deze vlucht gebruik gemaakt om ook het lichaam van Pasang op te halen uit het kamp op 5444 meter. De familie van Pasang is heel gelukkig, we hebben het lichaam bij een tempel gebracht, waar waarschijnlijk zeer snel de verbrandingsceremonie zal plaatsvinden in bijzijn van zoveel mogelijk familie en een lama.
Peter is afgezet bij een Amerikaanse kliniek in Kathmandu die gespecialiseerd is in bevriezingsverschijnselen. Linkerhand en voeten vallen vooralsnog mee, rechterhand aan 3 vingers behoorlijk aangetast. Jaco en Meinhard vliegen vanavond weg uit Kathmandu.

Kamp 1 – Kamp 2
’s Ochtends horen we over de walkie talkie dat Jeroen van plan is om vandaag direct van het basiskamp naar kamp 2 te gaan om zich bij ons te voegen voor de toppoging. Een flinke inspanning, maar hij voelt zich blijkbaar sterk.. Inderdaad verschijnt hij samen met Dawa, om halfelf op de col. Hij heeft ook nieuws: de helikopter is geweest en heeft het lichaam van Pasang, en Peter meegenomen. Het was een kleine, nieuwe legerhelikopter. Een grote kan namelijk niet zo hoog komen, maar Peter moest al zijn bagage achterlaten om te voorkomen dat de heli niet van de grond zou komen.

Wij verlaten kamp1 tegen het middaguur. Het is een easy tochtje naar kamp 2, veel makkelijker dan een paar dagen geleden. Ondanks de hoogte van kamp 2 (rond de 6500 meter) rusten we er voor ons gevoel goed uit.


12 oktober 2004: kamp 2 - Top Baruntse (7229 m)
De wekker gaat in kamp 2. Na sneeuw gesmolten te hebben voor drinken en ontbijt vertrekken we om 1 uur vanuit kamp 2. Met ons achten Ronnie, Willem, Luc, Ralph, Jeroen, Claudia, Steven en Tomas plus Santa, jonge en oude Dawa stappen we een heldere, koude nacht in. Claudia en Steven gaan ook mee naar de top. Hun plan om de Little Baruntse te doen is onhaalbaar, omdat er nog geen spoor ligt. Het zou zwaar worden en er zijn geen sherpas beschikbaar om hen te vergezellen. Later zal blijken dat Luc al snel omdraait omdat hij zich niet goed voelt. Claudia en Steven keren vanwege de snijdende kou en angst voor bevriezingen, ook om. De rest (Willem, Ronnie, Ralph, Jeroen en Tomas) gaan door. Zij klimmen snel via de reeds aangelegde touwen naar de Second Summit, die eerder deze week ook al was bereikt. Na een zeer smalle en luchtige graat houdt Ralph het iets boven de 7000 meter voor gezien. Zelf zegt hij over dit moment: Dawa en Santa, de sherpa’s leggen een geweldig tempo aan de dag, en ik kan ze niet volgen. De wind is veel sterker dan bij de eerste toppoging en daarmee is het ook veel kouder. De route is door de harde wind moeilijker te vinden, maar uiteindelijk bereiken we toch de vaste touwen. Rond half 6 staan we weer op Second Summit, en zien we hoe de sherpa’s de laatste vaste touwen aanleggen. Ik sta te wachten, kijk om me heen, geniet, heb het koud. Mijn voet begin onaangenaam aan te voelen, en ik beweeg veelvuldig mijn tenen om ze warm te houden. De bevriezingsverschijnselen van Peter houden je dan toch bezig, merk ik. Ik zie de top onder handbereik, denk aan Pasang en Peter, en besluit om te keren.

Het was noodzakelijk om na de Second Summit toch extra touw en zekeringen aan te leggen. Het wachten op de smalle graat, in de ijzige wind was een bedreiging voor de toppoging, maar uiteindelijk was de top via een steile laatste klim nog slechts anderhalf uur verwijderd. Tomas, Willem, Ronnie, Jeroen, Santa en jonge en oude Dawa staan uiteindelijk rond acht uur als eerste Nederlanders op de top van de Baruntse, 7229 m!
Rondom ons de Everest, Makalu, Kangchenjunga en Cho Oyu. Het uitzicht is fantastisch! Na 15 minuten op de top voor foto's en felicitaties worden we door de koude wind weer naar beneden gejaagd. De terugtocht verliep voorspoedig. Jeroen is vanaf de Second Summit teruggeskied naar het basiskamp, waar ook de andere teamleden Reinhard, Luc, Ralph, Claudia en Steven reeds waren aangekomen. Tomas, Willem en Ronnie bleven nog een nacht in kamp 1.
De volgende dag dalen ook zij af en is de groep weer compleet in het basiskamp en is de berg schoongemaakt. 's Avonds wordt het bereiken van de top en de terugkeer gevierd met yakvlees!

Jean en Ron zijn vandaag aangekomen in Kathmandu! Bram heeft samen met een klimsherpa op 11 Oktober een poging gedaan de Mera Peak te beklimmen, hierover is nog geen verder bericht ontvangen.

13 oktober 2004: Rustdag in het basiskamp
De afgelopen nacht heeft het flink gesneeuwd. Dat sneeuwen begon eigenlijk gisteren al, toen we rond vijf uur in de middag in het basiskamp aankwamen. Luc was wat later; hij voelde zich blijkbaar niet optimaal. In kamp 1 was het een stormachtig vannacht, maar door de zon was de sneeuw weer snel verdwenen. Het is nu bijzonder aangenaam weer in het basiskamp en we zitten lekker buiten de tent om ons op te warmen. De conversatie is divers en aangenaam. Later op de dag komen Willem, Ronnie en Tomas vanuit kamp1 naar beneden. ’s Avonds is de stemming opperbest, en maken we plannen voor de terugtocht, over Amphu Labtse-pas, terug richting bewoonde wereld.


14 oktober 2004: Basiskamp – Chukung

Vannacht heeft het weer gesneeuwd. Vandaag zetten we koers naar Chukung en overschrijden daarvoor een pas van ruim 5800 meter. De aanloop gaat over een lang stuk de gletsjer. De omgeving bestaat uit grote moreneblokken, met daartussen een paar langgerekte meren. De omgeving blijft door de grijsheid van het weer vrij monotoon. We lopen snel, Dawa geeft het tempo aan. Hij lijkt een beetje gehaast, en mompelt iets van: ‘snow, quick over pass’. Het gaat inderdaad steeds harder sneeuwen. Het dal loopt dood in een kom, met links Peak 38 en rechts de Ambu Labtse-pas. Vlak onder de top lunchen we nog snel, en klimmen dan naar boven. De rotsen gaan al snel over in sneeuw en ijs en de hele route wordt ijzig en glad. We hebben geen goede spullen aan voor dit weer. De plastic schoenen zitten in de plunjebaal, evenals de goede handschoenen. We hebben wel gordels aan, maar weer niet iedereen heeft een jumar (stijgklem). Het is een verkeerde inschatting geweest, maar aan die constatering hebben we nu weinig. De rotsen zijn superglad geworden, en ondertussen is de wind aangewakkerd tot een forse storm. Net vóór de pas moet er nog een stuk getraverseerd worden. Reinhard heeft moeite met een passage en komt er maar moeilijk doorheen. Ralph: Mijn handen zijn ijskoud geworden in de te dunne handschoenen, en ik haal Reinhard in om snel door te klimmen naar de top van de pas. Gelukkig hangen er vaste touwen, en ik klim met de jumar, in iets wat ondertussen een vliegende storm is geworden. Ik stop even om mijn handen te warmen, bereik de top, en seil ab. We wachten nog op Steven, Claudia en Dawa. Ondertussen is het half 5 geworden en treedt de schemering in. Gelukkig zien we ver in de diepte een tent van de dragers staan, en zijn daarmee relatief veilig. Het pad is nog steeds bedekt met sneeuw en spekglad. Ik glijd uit en stort 20 meter omlaag. Zonder veel na te denken krabbel ik weer omhoog en vervolg mijn pad, nu nog voorzichtiger dan eerst. Op het moment dat het zo’n beetje donker is bereiken we de tent, en loopt een van de dragers de anderen die achter zijn gebleven tegemoet.

Bij de tent besluiten Ralph, Reinhard, Tomas en Claudia en Steven daar te overnachten. De anderen lopen liever in de donkerte nog een paar uur door naar een lodge in Chukung. De route gaat over relatief gemakkelijk terrein, maar zij lopen wel uren door het donker. Ralph, Reinhard, Tomas en Claudia en Steven blijven achter in de tent en hebben achteraf gezien een uitstekende nacht, ondanks dat er weinig water en eten is.

15 oktober: Door naar Chukung
Bij daglicht is pas goed te zien hoe steil de afdaling was. Ook deze kant van de pas is feitelijk een enorme kom. Aan de andere kant van de Amphu Labtse doemt de Lhotse op, met vlak daarvoor de Island Peak, en bekende trekking peak. We staan vroeg op, en lopen in een uur of vier naar Chukung. De omgeving is prachtig. De Lhotse houden we goed in het oog, de een na de andere hoge peak manifesteert zich, en later doemt ook de Ama Dablam op. Ons pad kruist op een gegeven moment een ander pad, en vanaf daar is het gedaan met de rust. Tientallen mensen komen we tegen, die allemaal na een paar dagen slecht weer vanuit Chukung op weg zijn naar de Island peak. Het is een rare gewaarwording om na drie weken in het gezelschap van slechts enkelen vertoeft te hebben, nu plotseling zoveel mensen te zien. Uiteindelijk komen we in Chukung, en eten daar voor het eerst weer iets fatsoenlijks nadat we uit basiskamp vertrokken waren. ’s Middags lopen we door naar Dingboche.

16 oktober 2004: Terugtocht Baruntse Expeditie 
Vanmorgen bericht ontvangen van Bram. Hij heeft samen met klimsherpa Mingtemba de top van de Mera Peak bereikt en is gisteren in Kathmandu aangekomen.
Het team van de Baruntse Expeditie loopt via een deel van de Everest Trail in een paar dagen naar Lukla. Het gevoel dat de expeditie is afgelopen neemt met elke stap toe. In Lukla wachten zij op het vliegtuig dat hen terugbrengt naar Kathmandu, waarzij hun vlucht naar Amsterdam Peter wordt nog steeds in Kathmandu behandeld aan zijn bevriezingen, de andere leden zijn gezond.

22 oktober 2004: Expeditieleden druppelen binnen op Schiphol
Nadat Jaco en Meinhard vorige week al waren aangekomen zijn inmiddels ook Jean, Ron en Bram aangekomen. Vandaag zullen Ralph, Willem en Reinhard landen op Schiphol en de laatste leden Jeroen, Luc, Tomas, Ronnie en Peter stappen de 25e oktober op het vliegtuig in Kathmandu.

Resumerend:
De eerstbeklimming door Nederlanders van de Baruntse is een feit en alle felicitaties en waardering waard! De tragische dood van Pasang Sherpa en de bevriezingen aan handen en voeten bij Peter geven aan dat leven en dood ook bij dit soort ervaringen hand in hand gaan. Het was voor alle leden van de expeditie een bijzondere ervaring, waarin genoten is van de schoonheid en ruigheid van het hooggebergte, het eindeloze dwalen door gebieden zonder menselijke bewoning en waar vriendschappen en relaties beproefd, gemeten en gesmeed werden.

Wij danken alle familieleden en vrienden voor hun meelevendheid 
en onze sponsors voor hun support.
    
Voor verdere vragen: meinhardvandereep@wanadoo.nl

© Foto's ter beschikking gesteld door de expeditieleden 
van de Nederlandse Baruntse Expeditie 2004.

Terug naar boven